top of page
Foto voor bij blog.jpg

Missen we de bus? Het beter benutten van flexibiliteit voor meervoudig gebruik van onze infrastructuur en ruimte

Voor wie uit de trein of de bus stapt op Amsterdam Centraal, zal het uitzicht over het IJ, richting het Eye en de hoogbouw, de aandacht trekken. Of misschien juist de richting van het centrum, met het oude stationsgebouw op zijn 8.687 palen en haar rijke geschiedenis met de discussie waar in Amsterdam dit station überhaupt geplaatst moest worden. Wat waarschijnlijk minder opvalt (en een minder bekende geschiedenis heeft) zijn de laadpalen voor elektrische bussen op het busplatform. Echter, deze laadpalen hebben de nodige voeten (of beter gezegd: infra) in de aarde. En naar mijn mening zijn ze een zeer passend voorbeeld van de kansen die voor ons liggen. Waarom?

Omdat ze het toonbeeld zijn van de vraagstukken waar we voor staan en de kansen die we laten liggen. Deze laadpalen zijn nodig voor het laden van elektrische bussen, waarmee GVB haar vloot zero emissie maakt en zo – voor de Amsterdammers onder ons – de luchtkwaliteit (en klimaatverandering) helpt verbeteren. Dit is belangrijk in de energietransitie, dus logisch dat ze er zijn. Ze hebben daarnaast ook een flinke impact: op het energienet en op de openbare ruimte. Dit zijn twee schaarse ‘goederen’ in (en buiten) Amsterdam. Als je de palen in de gaten houdt, dan zie je dat niet iedere bus die eronder stopt hoeft te laden en dat er ook vaak geen bus staat. Dat betekent ongebruikte ruimte, zowel fysiek als op het elektriciteitsnet. En daar zit nu net de kans. Je kunt als maatschappij meer doen met minder of dezelfde infrastructuur door bijvoorbeeld de laadpaal te koppelen aan laadpalen voor auto’s of de veerpont, of gebruik te maken van een deel van de hardware van de buslaadinfra en dit door middel van een CCS stekker beschikbaar te maken voor andere voertuigen.

"Flexibele inzet van de infrastructuur wordt individueel gezien als een kleine bijvangst, maar is vanuit een gezamenlijk, maatschappelijk perspectief veel belangrijker. En daar zit de kans."

Waarom dat nu nog niet gebeurt? Daar zit de uitdaging: Hoe organiseer je dit? Bij de laadpalen zijn verschillende partijen betrokken: o.a. de vervoerder, de concessieverlener, de gemeente (in vele rollen) en de netbeheerder. Hier spelen verschillende belangen, randvoorwaarden, ambities en focusgebieden. Dit komt voort uit een fragmentatie van verantwoordelijkheden en leidt tot optimalisatie naar eigen belang. Doordat iedere partij op de eigen doelstellingen optimaliseert, mist hierin een systeembenadering. Flexibele inzet van de infrastructuur wordt individueel gezien als een kleine bijvangst, maar is vanuit een gezamenlijk, maatschappelijk perspectief veel belangrijker. En daar zit de kans. Het meer flexibel inzetten van de bestaande infrastructuur vereist twee zaken: Het organiserend vermogen om vanuit gezamenlijkheid naar deze maatschappelijke vraagstukken te kijken en een duidelijk beeld welke potentie er te halen is. Potentie voor flexibiliteit (in haar vele vormen) is er zeker.

Waar ik aan het begin van dit stuk benoemde dat de geschiedenis van de laadpalen minder indrukwekkend is dan die van het station zelf, kan het verhaal van deze laadpalen qua toekomst wel stukken indrukwekkender worden: Als voorbeeld van het beter benutten van onze infrastructuur en ruimte, en hoe we uiteindelijk samen de energietransitie op tijd voor elkaar kregen door beter gebruik te maken de flexibiliteit van wat we hebben. En dat we daarmee voorkwamen dat we als maatschappij de bus misten.

Voor mijn promotie schreef ik een paper over dit onderwerp en deze casus, deze is hier te vinden.

Ontdek onze andere verhalen

bottom of page