
Maatschappelijke business case voor regelbaar vermogen langs het spoor
Hoe kom je tot een samenwerking wanneer de maatschappelijke kosten en baten nog onduidelijk en niet evenredig verdeeld zijn tussen partijen? Dit is de vraag die voorlicht bij de inzet van regelbaar vermogen op het spoor om netcapaciteit vrij te spelen voor de omgeving. Vanuit ROCC hebben Rogier en Gijs zich ingezet om een raamwerk te ontwikkelen voor deze maatschappelijke business case, met als doel het gesprek over een eerlijke verdeling van kosten en baten tussen partijen op gang te brengen.
Situatie
In Utrecht kunnen bedrijven en woningbouwprojecten niet tijdig een netaansluiting krijgen door netcongestie; de verwachting is dat deze wachtrij pas in of na 2035 is opgelost. Een deel van deze vraag kan sneller worden opgelost door bestaande spoorinfrastructuur van ProRail beter te benutten, bijvoorbeeld met een batterij of generator bij een tractiestation. Dit vraagt om samenwerking tussen ProRail, Stedin en Gemeente Utrecht, terwijl niet vanzelfsprekend is bij welke partij de bijbehorende kosten en maatschappelijke baten (zoals eerdere woningbouw, bedrijvigheid en extra treinen) landen.
Opdracht
Vanuit het Bestuurlijk Akkoord Netcongestie & Openbaar Vervoer is een werkgroep gevormd met Gemeente Utrecht, Stedin, ProRail en TKI Urban Energy. Als ‘coördinator Trein’ binnen het Kennisprogramma Netcongestie en OV hebben ROCC-collega’s Rogier en Gijs deze werkgroep vanuit TKI Urban Energy gefaciliteerd en de inhoudelijke uitwerking gedaan. De opdracht: voor de casus Utrecht een raamwerk voor de maatschappelijke business case uitwerken dat inzicht geeft in de directe en maatschappelijke kosten en baten van drie opties – niets doen, ieder voor zich handelen, en samenwerken – en dat de discussie over verevening tussen stakeholders faciliteert. De resultaten dienden bovendien bruikbaar te zijn als opstap naar een landelijke blueprint, gezien de potentie op tot circa 200 vergelijkbare ProRail-locaties.
Actie
De werkgroep bracht per partij de benodigde technische en financiële informatie samen tot één doorgerekend beeld, en scherpte de uitgangspunten aan in werksessies. De aannames zijn getoetst bij twee wetenschappers en vervolgens verwerkt. Op basis hiervan zijn de directe kosten en baten per partij berekend, is de maatschappelijke meerwaarde per sector (woningbouw, bedrijven, OV) geduid en zijn vijf gevoeligheidsanalyses uitgevoerd om de robuustheid van de uitkomsten te testen. De resultaten zijn getoetst in een verdiepingssessie en tot slot opgeleverd via een presentatie en two-pager.
Resultaat
De analyse laat zien dat samenwerken tot lagere totale directe kosten leidt dan ieder voor zich handelen, terwijl de maatschappelijke baten bij samenwerken juist hoger uitvallen door de snellere beschikbaarheid van netcapaciteit. Ook in pessimistische scenario's blijven de maatschappelijke baten van samenwerken ruim boven de kosten uitkomen. De analyse is hier te vinden. Op basis van onder andere dit traject is een kwartiermaker aangesteld om dit verder uit te rollen voor een pilot en richting opschaling.




